Snoeitips

BOMEN       

MATERIAALKEUZE :

Naast kennis is het gebruiken van de juiste gereedschappen uiterst belangrijk om een goed snoeiresultaat te verkrijgen.

Scherp snoeimateriaal voorkomt rafelende wondoppervlakken en verkleint de kans op schimmelinfecties.

Wat zeker niet mag ontbreken in het snoei-arsenaal :

Snoeischaartakkenschaarheggenschaar – kettingzaag – stokzaagsnoeizaagsnoeimesspray

In onze materialen cataloog vindt u een waaier aan snoeigereedschappen die we steeds voorradig hebben.

 

SOORTEN SNOEI :

Begeleidingssnoei :

Hiermee wordt de snoei bedoeld die nodig is om de uiteindelijk voorziene vorm te bereiken. Een aanzienlijk deel van deze snoei gebeurt reeds op de kwekerij.  Onderstaande zaken worden beschouwd als begeleidingssnoei :

  • Beschadigde takken : wegsnoeien van afgestorven, zieke of afgebroken takken en twijgen.
  • Plakoksels : wegsnoeien van takken die niet perfect vergroeid zijn met de stam door de aanwezigheid van ingegroeide bast (grote kans op inscheuren).
  • Zuigers : vaak onterecht benoemd als waterloten, groeien deze takken snel loodrecht naar omhoog.  Ze verbruiken veel water en groeikracht maar zijn zwak en dus ongewenst.
  • Dubbele toppen : Wegsnoeien van een dubbele harttak.  De tak die best past in het beeld van een doorlopende tak wordt behouden.
  • Takkransen : Wegsnoeien van alle ongewenste takken die zich op dezelfde hoogte op de stam ontwikkelden.
  • Waterloten : wegsnoeien van alle takken die ontstaan rond een oude snoeiwonde.
  • Te dikke takken : Hoe hoger op de boom, hoe dunner de takken dienen te zijn. Bevindt zich toch een dikkere tak dan de onderstaande takken op een stam dan moet deze weggesnoeid worden.
  • Bemantelingssnoei : ter bescherming van basten die gevoelig zijn aan schorsbrand kan deze snoei uitgevoerd worden.  Fijne twijgjes worden regelmatig bijgeknipt om de stam van schaduw te voorzien

Onderhoudssnoei

  • Uitlichten van de kroon : De vorm van de kroon blijft behouden, maar door enkele zijtakken deels in te snoeien wordt de mechanische belasting verminderd en wordt tevens de lichtinval in de kroon gestimuleerd (meer bladgroei binnen in de kroon). Ook worden dubbele takken, elkaar schurende takken en dode takken weggenomen, net zoals bij de begeleidingssnoei.
  • Uitdunnen van de kroon : Uitdunnen is een zwaardere vorm van uitlichten waarbij takken niet deels maar volledig worden weggesnoeid tot tegen de stam.  Dit mag enkel worden uitgevoerd indien het noodzakelijk is voor de gezondheid van de boom, aangezien het doorgaans grote snoeiwonden veroorzaakt.

  • Innemen van de kroon : Hierbij wordt vooral een reductie van de kroonomvang beoogd bij instabiele of verzwakte bomen.  Een geringere omvang (en gewicht) vermindert immers de windbelasting waardoor de kans op uitbreken of ontworteling verkleint.  Snoei de takken maximaal 1/3 weg, en indien mogelijk in verschillende fases.   Een zware vorm van innemen is ‘kandelaren’, waarbij met uitzondering van enkele gesteltakken alle andere takken worden weggesnoeid.

SNOEITIJDSTIP :

Het is een hardnekkige mythe dat bomen per definitie in de winter moeten gesnoeid worden.

Nu is dit wel ten dele waar, bijvoorbeeld wanneer zware ingrepen dienen te gebeuren, maar bomen worden vaak beter op heel andere momenten gesnoeid:

 

  • Knotbomen  –> november tot en met februari
  • Leibomen  –> november tot en met maart
  • Fruitbomen : –>   november tot en met maart
  • ABC-bomen (*):    –>     juni tot en met oktober
  • Overige sierbomen: –>      na hun specifieke bloeiperiode
  • Uitlichten :        –>     november tot en met maart
  • Uitdunnen :        –>       november tot en met februari
  • Innemen :          –>      november tot en met maart

 

(*) ABC-bomen = bomen die, wanneer ze op het verkeerde tijdstip worden gesnoeid, hevig gaan ‘bloeden’ (sap verliezen).  De naam verwijst naar de bekendste leden van deze groep : Acer-Betula-Carpinus.  Ook Juglans en Vitis behoren tot deze groep.

SNOEITECHNIEK :

Met enkele basisregels te volgen kom je al een heel eind.  Dit zijn daarbij de belangrijkste :

  • Snoei steeds zo dicht mogelijk tegen de stam/tak, terwijl het snijvlak zo klein mogelijk blijft.

  • Probeer nooit extreem dicht tegen de stam/tak te snoeien. Hierdoor vergroot het snijvlak onnodig en vergroot de kans op infecties.

  • Een gesnoeide tak is géén kapstok. Te ver van de stam/tak snoeien is dan ook geheel fout.

  • Snoei steeds met het bovenmes van de snoeischaar tegen de stam/tak en niet met het ondermes, zodat geen onnodige stompjes overblijven.

 

FRUITBOMEN

Heel wat fruitbomen zijn gevoelig aan ziektes en schimmels.  Het is dan ook van het allergrootste belang om steeds te werken met goed onderhouden en vooral gereinigde snoeischaren!

Alle soorten snoei die gelden voor bomen gelden ook voor fruitbomen.  Daarnaast kunnen volgende vuistregels gehanteerd worden per soort:

 

APPELS EN PEREN  (Malus en Pyrus communis)

  • Snoeitijdstip : november tot maart
  • Specifiek : Horizontale en sommige schuin opgaande

takken behouden, verticale takken wegnemen.

KERSEN  (Prunus avium)

  • Snoeitijdstip : april tot september
  • Specifiek : Gevoelig voor ziektes, daarom enkel snoeien                         indien nodig.

KRIEKEN  (Prunus cerasus)

  • Snoeitijdstip : april tot september
  • Specifiek : Vruchttakken behouden. Opgaande, oude en                        niet-dragende takken wegnemen.

WALNOOT  (Juglans)

  • Snoeitijdstip : oktober tot december (na de oogst)
  • Specifiek : Juglans is gevoelig voor infecties en vorstschade                  waardoor snoei enkel wordt aangeraden indien                                dit echt nodig is.

PRUIM  (Prunus domestica)

  • Snoeitijdstip : april tot september (1 week na de oogst)
  • Specifiek : Snoeien lijdt tot minder opbrengst.  Neem enkel                   oude zware takken weg en behoudt de jonge.

PERZIK  (Prunus persica)

  • Snoeitijdstip : augustus en september (na de oogst)
  • Specifiek : Horizontale en sommige schuin opgaande

takken behouden, verticale takken wegnemen.

VIJGEN  (Ficus)

  • Snoeitijdstip : november tot januari
  • Specifiek : In hoofdzaak uitdunnen door wilde scheuten en                   oude takken weg te nemen.

DRUIVEN

  • Snoeitijdstip : herfst én zomer
  • Specifiek : Takken terugsnoeien tot 2 ogen in de herfst, in                     de zomer overtollige scheuten en bladeren                                        wegsnoeien om vruchtgroei te stimuleren.

 

HEESTERS

 

Enkele algemene vuistregels :

  • Jaarlijks enkele oude takken wegsnoeien verlengt de levensduur van de heesters.
  • Hou de takstructuur zo open mogelijk zodat licht en lucht ook binnenin de heester voor bladgroei kunnen zorgen.
  • Heesters snoei je met snoei- en takkenscharen, niet met een haagschaar. Uitzonderingen zijn heesters die als blokbeplanting een strak uiterlijk beogen (Lonicera, Cotoneaster, Prunus ‘Otto Luycken’,…)
  • Vermijdt snoeien bij vorst, aanhoudende droogte of warmte.
  • Voorjaarsbloeiers (bloemknoppen zichtbaar in de winter) worden gesnoeid na de bloei. De nieuwe knoppen worden in de zomer aangemaakt.
  • Zomer- en najaarsbloeiers worden in de winter gesnoeid.
  • Snoeien boven een naar buiten gericht oog resulteert het volgende seizoen in een naar buiten groeiende tak. Snoeien boven een naar binnen gericht oog resulteert in een naar binnen groeiende tak.

 

HAGEN

 

Waar bij het snoeien van heesters vooral kennis van de verschillende soorten belangrijk is, spelen handigheid en ervaring bij het scheren van hagen de grootste rol.  Zo is bijvoorbeeld het mooi recht scheren van een lange Taxushaag geen sinecure en vooral een kwestie van veel ervaring met vallen en opstaan.

Deze tips helpen je alvast een eind op weg :

  • Geslepen en geoliede haagscharen zorgen steeds voor een beter resultaat.
  • Span vooraf een rekbaar touw (metselkoord) op grondniveau, en indien mogelijk ook bovenaan de haag. Bevestig het touw aan enkele palen. Controleer tijdens het scheren regelmatig of het touw geen obstakels snoeiafval raakt die de rechte lijn laten afbuigen.
  • Gebruik indien mogelijk een lazer om de bovenkant van de haag perfect waterpas te houden. “Op het zicht” werken is riskant geeft zelden een perfect resultaat.
  • Geen lazer? Controleer je werk dan telkens vanop afstand wanneer je je ladder verplaatst.
  • Een correct geschoren haag is bovenaan steeds smaller dan onderaan (+/- 10 cm aan elke kant bij een 2m hoge haag)

  • Haast en spoed is zelden goed… Het is beter om 2 keer hetzelfde stuk te scheren dan het op goed geluk in 1 keer te willen doen.  Te diep scheren is snel gebeurd, het valt vooral bij dichte hagen zoals Taxus erg op, en het kan niet meteen hersteld worden.
  • Investeer de eerste jaren extra tijd in het scheren van hagen om alles mooi recht te krijgen. Eens de haag is volgroeid kan je dan snel en met een gerust hart scheren op de littekens van de vorige jaren.
  • Scheer steeds tot op de littekens van het vorige jaar. Elk jaar een paar cm toegeven scheert wel sneller, maar de haag wordt op die manier ook steeds hoger en breder.  Uiteindelijk moet dan tóch drastisch teruggesnoeid worden.
  • Haagscharen met batterij zijn gezonder, zowel voor u zelf als voor de haag!

 

TIJDSTIP

Een ideale scheerdag : Bewolkt, droog, 15° tot 22°.

  • Buxus : mei/juni + augustus/september
  • Carpinus : juni + augustus/september
  • Coniferen : vanaf juni
  • Eleagnus : augustus/september
  • Fagus : mei/juni + augustus
  • Ilex : augustus
  • Ligustrum : mai + juli + september
  • Photinia : maart + augustus
  • Taxus : mei/juni + augustus

 

 

Boomkwekerij Zele : Veldeken 44, A bus 2, 9240 Zele | Tel. : 052 44 94 19

Boomkwekerij Zelzate : Akker 18, 9060 Zelzate 

BTW: BE 0685.495.634

© Greentraders 2020 | Disclaimer | webdesign Nonius bvba

FIT_EntiteitslogoVerticaal_EN
800601_1_MPSA